maarsen

De komst van rabbijn Maarsen naar Den Haag
Isaac Maarsen werd op 27 februari 1892 in Amsterdam geboren. Hij studeerde klassieke talen aan de Gemeente-Universiteit van Amsterdam (nu Universiteit van Amsterdam) en tegelijkertijd aan het joods seminarium in de hoofdstad. In Amsterdam was Maarsen zes jaren als rabbijn werkzaam, totdat hij op 14 mei 1925 (op 33-jarige leeftijd) tot opperrabbijn van Den Haag werd benoemd en op 26 oktober 1925 in Den Haag werd geïnstalleerd. Den Haag telde bij de komst van Isaac Maarsen ongeveer 390.000 inwoners, waarvan 11.000 joden (2,8%). Rabbijn Maarsen publiceerde veel en zou dat zijn gehele leven blijven doen. In 1925 werd hij opperrabbijn in Den Haag. In de periode dat Maarsen in Den Haag woonachtig was, onderhield hij contacten met joodse collega’s tot ver buiten Nederland. Hij voerde correspondentie in het Hebreeuws met zowel wetenschappers in Polen en Duitsland, als in de Verenigde Staten, Engeland en Zuid-Afrika.

Rabbijn Maarsen in de Tweede Wereldoorlog
Na de aanvang van de Tweede Wereldoorlog werd de zorg voor de Haagse joden de belangrijkste taak van rabbijn Isaac Maarsen. De Duitse bezetter dwong vele Haagse joden te vertrekken naar Amsterdam, Westerbork of naar werkkampen in het buitenland. brief1brief2De achtergebleven familieleden hadden bijstand nodig, maar rabbijn Maarsen probeerde ook de weggevoerde gemeenteleden te blijven helpen. Isaac Maarsen moest in november 1942 zijn Haagse woonhuis aan het Hofwijckplein 42 verlaten, nadat dit was opgeëist door de Duitsers. Hij verhuisde met zijn vrouw en zijn jongste dochter naar een bovenetage aan het plein. Maarsen schijnt overwogen te hebben om met zijn gezin onder te duiken, maar bleef zich tot aan zijn deportatie in 1943 inzetten voor zijn joodse gemeenteleden. Nadat de Duitse bezetter had bepaald dat op 23 april 1943 geen joden meer in Den Haag mochten wonen, hield rabbijn Isaac Maarsen op 20 april 1943 een afscheidsverhaal in de synagoge aan de Wagenstraat. De volgende dag werd hij tezamen met zijn echtgenote en dochters via de kampen Vught en Westerbork naar Polen gedeporteerd. Drie maanden later zijn zij in Sobibor vermoord. top

© Copyright 2012 Haags Gemeentearchief